Max. subsidie
per project
€ 6.000.000
Type
Bijdrage
cash
Type
subsidie
nationaal

Demonstratie Energie- en Klimaatinnovatie (DEI+) – Circulaire economie


Naar aanleiding van het Ontwerp van het Klimaatakkoord worden er verschillende programma’s uitgevoerd onder de vernieuwde DEI. Eén van de programma’s is Circulaire economie. Dit programma ondersteunt pilot- en demonstratieprojecten. Hierbij geldt een maximale looptijd tot eind 2020.

DEI+ regeling: duurzame circulaire economie

Een circulaire economie staat voor het duurzamer omgaan met grondstoffen, die langer en hoogwaardiger gebruikt blijven worden. Onder het programma DEI+ Circulaire economie vallen recycling en hergebruik van afval, reparatie en het gebruik van biobased grondstoffen. Hierbij moet er sprake zijn van CO2-reductie.

  • Recycling: Het recyclen van afval omvat nuttige toepassingen waardoor afvalstoffen opnieuw worden verwerkt tot producten, materialen of stoffen. Deze producten, materialen of stoffen mogen zowel het oorspronkelijke als een ander doel hebben. Organisch afval komt ook in aanmerking voor recycling. Energieterugwinning en recycling van afval tot brandstof of opvulmateriaal komen niet in aanmerking. Hierbij gaat het om recycling van afval dat door anderen geproduceerd is.
  • Hergebruik: Hergebruik betreft producten of componenten die geen afvalstoffen zijn. Deze producten of componenten worden opnieuw gebruikt voor hetzelfde doel als waarvoor zij bedoeld waren. Hierbij gaat het om hergebruik van materiaal dat door anderen geproduceerd is.
  • Biobased grondstoffen: Hierbij gaat het om het vervangen van grondstoffen die een fossiele en/of minerale oorsprong kennen, met grondstoffen van biotische afkomst (biobased). Naast het vervangen van fossiele en minerale grondstoffen, moet er ook worden voldaan aan de voorschriften van de Single Use Plastics richtlijn. Hiermee wil men de ontwikkeling van meervoudig bruikbare (multi use), niet afbreekbare producten stimuleren. Bij biobased grondstoffen betreft het alleen pilotprojecten.

DEI+ subsidie aanvragen: soorten projecten en voor wie?

Dit programma ondersteunt pilot- en demonstratieprojecten. Projecten mogen niet gestart zijn voordat de subsidieaanvraag is ingediend en beginnen uiterlijk 6 maanden na beschikking. Een project valt in één van de categorieën.

  • Pilotprojecten: Proefproject waarin innovatieve CO2-reducerende maatregelen worden getest. Dit gebeurt in omgevingen die representatief zijn voor het functioneren bij reële omstandigheden. Maatstaf bij het bepalen van de innovativiteit is de internationale stand van zaken qua onderzoek en techniek.
  • Demonstratieprojecten: Hierbij gaat het om investeringssteun voor praktijktoepassingen door een eindgebruiker. Dit is omdat investeringssteun enkel mag worden ingezet voor de ondernemer die tijdens de looptijd van het project met zijn eigen activiteiten een milieuvoordeel realiseert. De subsidieaanvrager dient ook een investeerder te zijn, die eigenaar is en blijft van dat waar in geïnvesteerd wordt. Voor de demonstratie van de techniek of product, dient de ontwikkelaar een zogenoemde eerste toepasser te zoeken.

Voorstellen ten aanzien van recycling, refurbishment en hergebruik van textiel, kunststoffen, matrassen en meubels worden aangemoedigd. Voorstellen van het MKB zijn ook meer dan welkom. Individuele ondernemingen die voor eigen rekening en risico het project uitvoeren komen in aanmerking voor een subsidieaanvraag. Ook deelnemers in een samenwerkingsverband dat minimaal één onderneming bevat komen in aanmerking.

DEI+ subsidievoorwaarden

    • Onderbouwde business case van belang: Beschrijf hoe de technologie bijdraagt aan economische (groene) groei en onderbouw dit ook. Een kansrijke innovatie heeft niet alleen een aantrekkelijke business case voor de ontwikkelaar. Dat moet het ook zijn voor de eindgebruiker/klant. Noem hierbij ook de partij die de technologie in de markt gaat zetten. En welke toegevoegde waarde de innovatie heeft voor de Nederlandse economie.
    • Voor de investering benodigde loonkosten tellen mee: In het demonstratiegedeelte van de projectbegroting kunnen geen loonkosten worden opgevoerd. Wel komen bijkomende (loon-)kosten ten opzichte van de referentie in aanmerking. De (loon-)kosten moeten rechtstreeks verband houden met de investering. Ze moeten op de balans worden geactiveerd. Voor de investering geldt dat het een blijvende installatie/machine moet zijn (géén prototypes).
    • Voer een referentie-investering op: Er is subsidie beschikbaar over de meerkosten van een investering. Voer daarom een reële referentie-investering op: de kosten van een realistisch alternatief voor de opgevoerde investering. Een nul-referentie wordt niet geaccepteerd. Omdat er functioneel altijd wel een product of proces bestaat dat in de plaats kan treden van de bedoelde (duurzame) investering. Kijk daarom of er iets bestaat wat functioneel hetzelfde doet.
      Een zeldzame uitzondering is een aanvullende investering die wordt toegevoegd aan een bestaand systeem. Zelf levert die geen energie. Hierdoor wordt de opbrengst hoger of verliezen beperkt. In dat geval kunt u de hele investering wel opvoeren.
    • Regel private financiering goed en op tijd: De financiering van het eigen aandeel moet aantoonbaar geregeld zijn op het moment dat de aanvraag wordt ingediend.

DEI+ Subsidie, subsidiepercentages en projectkosten

Maximale subsidie per project: € 6 miljoen

  • Pilotproject voor onderneming: 25 %
  • Pilotproject voor onderzoeksorganisaties: 80%
  • Demonstratieproject: 35%
  • Opslag voor kleine ondernemer
    • Pilotproject: 20%
    • Demonstratieproject: 20%
  • Opslag voor middelgrote ondernemer
    • Pilotproject: 10%
    • Demonstratieproject: 10%

Kosten die bij pilotprojecten in aanmerking komen:

  • Loonkosten, waarbij de volgende methodieken worden geaccepteerd:
    a. Integrale kostensystematiek
    b. Loonkosten + 50% opslagsystematiek
    c. Vast uurtarief van € 60,00
  • Kosten van aangeschafte machines en apparatuur;
  • Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen;
  • Kosten van uitbesteding (kosten derden).

Kosten die bij demonstratieprojecten in aanmerking komen:

  • De extra investeringskosten van een investering, dit wordt op basis van een modelbegroting uitgewerkt;
  • Dit betekent dat er een referentie-investering opgevoerd moet worden;
  • Het betreft investeringen in materiële en eventueel immateriële activa die CO2 reduceren;
  • Installatie blijft ook na het demonstratieproject in gebruik.

MEER WETEN?

We helpen u graag verder,
neem contact op met:

 

Bertus Postma

Managing Consultant

b.postma@leap.nlBel ons

Ervaringen